Quilt ditjes en datjes

Quiltmaten en - handigheidjes:

Quiltmaten:
1/2 yard = 100 x 55 cm
a fat quarter = 50 x 55 cm
a fat eighter = 25 x 55 cm
a fat sixteenth = 25 x 27,5 cm
1 inch = 25,4 mm = 2,54 cm

Stofschaar alleen gebruiken om stof te knippen, dan blijft die het langst scherp.

Bij het doorquilten(stikken) met de naaimachine niet afhechten maar beginnen met een lange draad en eindigen met een lange draad, die stop je later weg na het afknopen aan de achterkant in de tussenvoering van de quilt.

Wil je met een stitchery niet op de stof tekenen, teken dan op wateroplosbaar vlies, rijg die op de te borduren plaats en borduur dan door het vlies heen, die spoel je later weer eruit.
Ook kan je een stitchery tekenen met watervaste dunne liner in de kleur van je borduurgaren, zie je later niets meer van.
Achter de stitchery strijk je vliseline, dan blijft je borduurtje mooi glad.

Als je met zijde werkt, ga je die eerst afwerken en vliseline erachter strijken, doe dit zachtjes met je stoomstrijkijzer, dan nog 1x voorkant strijken. Dit is het advies van Henk van Kooten, die prachtige quilts maakt.

Garenrolletjes hebben niet altijd een houvastje voor de draad. Om het afrollen tegen te gaan rol je er een cellofaantje omheen en zet dit vast met een plakbandje, laat er wel een stukje draad bovenuit steken. Als je op deze manier wat draad hebt gebruikt haal je je plakbandje weer los en zet hem wat strakker vast.

Hoe teken je een basisblokje van de Atarashii.

Ik heb les gehad van Anke Magre en heb zo mijn manier ontwikkeld om de basis van een Atarashii blok te tekenen. Ook in het boek Atarashii Patchwork van Ranghild Grasshoff staan hele mooie quilts en is aan te bevelen.

Als je de beginselen weet hoe je dit moet tekenen kan je allerlei varianten daarop zelf ontwerpen.
Als basis moet je wel heel secuur tekenen dan worden je blokken later ook precies en strak.
Neem een vel ruitjespapier en teken in het midden van het blad een rechte horizontale lijn netjes op de scheiding van de blokjeslijn. Hierop in het midden een verticale lijn ook in de scheidslijn van de blokjes. Dit zijn wel denkbeeldige lijnen, maak er dus stippellijnen van.
Zet je passer in het kruispunt en teken nu een cirkel. Je bepaalt nu zelf hoe groot je Atarashii blokje wordt. Je tekent nu de achterkant.

Verbindt nu, nog steeds met een stippellijn de kruispunten op de cirkel. Deze lijnen zijn de vouwlijnen/stiklijnen om de blokjes later aan elkaar te zetten.

Dit vierkant wordt later het middenstuk voorkant van je blok. Bedenk dus met de stofkeuze dat die 4 halfronde delen later naar voren worden gevouwen en dus bij de voorkant gaan horen.
Nu ga je je patroon ontwerpen hoe de achterkant er uit gaat zien.
Je kan die achterkant geheel effen maken, of verdelen in bepaalde kleurvakken, of in vakken die steeds in kleur terugkeren.
Dat geldt hetzelfde voor het vierkantje voorin.
Vier van deze blokjes is in principe een atarashii-bloem.

Haar blok en de blokken in het boek kan ik hier verder niet aan jullie geven vanwege het copyright. Maar met deze gegevens kom je al een heel eind. Laat nu je fantasie maar werken.


de vier achterkantjes

de vier voor-en achterkantjes aan elkaar genaaid.